Dankbaarheid uiten: waarom zeggen we zo zelden waar we blij mee zijn?
“Ik mag niet klagen.” Je hoort het vaak als je iemand vraagt hoe het gaat. Of: “Het gaat z’n gangetje.” En wie wat meer humor heeft, zegt met een knipoog: “Met slechte mensen gaat het altijd goed.” Dat laatste is familie van het eeuwenoude spreekwoord “onkruid vergaat niet”. We noemen onszelf nog liever onkruid dan dat we gewoon zeggen dat het goed gaat. In al die antwoorden zit tevredenheid, alleen zeggen we het via wat er ontbreekt aan ellende, of maken we het zo klein mogelijk. Waar we blij mee zijn, blijft onuitgesproken. Misschien zit daar iets calvinistisch in. Een sober leven gold lang als een deugd, en wie liet merken dat het goed ging, liep het risico voor hoogmoedig te worden gehouden. Dankbaarheid liet je zien in hoe je leefde, minder in wat je zei. Dat zit nog altijd in onze manier van praten: dankbaarheid uiten vinden we lastig, en het goede zelf noemen we zelden bij naam.
Toch is er genoeg om te benoemen. Ik merk het zelf het sterkst na een zangavond. We zijn klaar, het laatste lied is gezongen, en ik weet eigenlijk niet zo goed wat te zeggen. Er is die avond zoveel gebeurd, dat moet eerst even landen. Wat ik op zo’n moment voel, is vooral dankbaarheid. Voor het werk dat ik mag doen en voor de mensen die iedere keer weer op mijn pad komen om te zingen.
Zonder hen bestaat mijn werk eenvoudigweg niet. Ik kan een avond met zorg voorbereiden en de ruimte klaarzetten, pas wanneer iemand binnenkomt en zich laat horen, krijgt het betekenis. Iedere keer dat iemand zich aanmeldt en tijd vrijmaakt om te komen zingen, is dat een keuze. Dat is verre van vanzelfsprekend. En juist omdat het zo regelmatig gebeurt, zou het toch gewoon kunnen gaan voelen. Dat merk ik bij mezelf ook. Daarom sta ik er bewust bij stil.
Hoe is dat eigenlijk bij jou? Sta je af en toe stil, midden in de waan van de dag, bij wat er allemaal is? Of valt je vooral op wat er ontbreekt of mankeert? Dat laatste is heel menselijk. Psychologen noemen het de negativiteitsbias. Ons brein reageert sneller op wat dreigend of onaf voelt dan op wat klopt. Ooit hielp dat ons om te overleven. Vandaag zorgt het ervoor dat een dag vol fijne momenten in je herinnering kan samenvallen met dat ene vervelende mailtje. Misschien is dat ook waarom klagen makkelijker over de lippen komt dan tevredenheid.
Dankbaarheid vraagt dus een bewuste beweging van je aandacht, tegen die neiging in. Dat geldt op alle fronten, ook in het gewone dagelijkse leven. De eerste kop koffie of thee in de ochtend, of iemand die je groet terwijl je de deur uitgaat. Het zijn kleine dingen die er gewoon zijn, en juist daardoor zo makkelijk over het hoofd worden gezien. Wie er even bij stilstaat, merkt dat ze er al die tijd waren.
Dat die aandacht iets met je doet, is ook onderzocht. De psychologen Robert Emmons en Michael McCullough vroegen deelnemers tien weken lang om wekelijks op te schrijven waar ze dankbaar voor waren. Een andere groep noteerde ergernissen, een derde groep gewone gebeurtenissen. De dankbare groep keek na die tien weken positiever naar het eigen leven en voelde zich beter. Een later onderzoek van Sonja Lyubomirsky liet iets opvallends zien. Wie zes weken lang één keer per week opschreef waar hij dankbaar voor was, ging zich beter voelen. Wie dat drie keer per week deed, merkte er niets van. Te vaak en te vast wordt het een gewoonte, en dan verdwijnt het gevoel eruit. Het gaat om de aandacht waarmee je het doet, meer dan om hoe vaak.
Er komt nog iets bij. Psycholoog Philip Watkins stelt dat dankbaarheid voelen maar de helft is, en dat dankbaarheid uiten net zo belangrijk is. Dat brengt me terug bij dat “ik mag niet klagen”. Ik denk dat we ons bewuster worden van wat goed is, zodra we er woorden aan geven. Wat je benoemt, neem je serieuzer. Het wordt hoorbaar, voor de ander en voor jezelf.
Daar draait het in mijn werk ook om. In een sessie stembevrijding begin je bij waar je werkelijk bent. Wanneer iemand dan voor het eerst de ruimte voelt om vrijuit te klinken, zie ik vaak verwondering. Iemand ontdekt iets wat er altijd al was en nu eindelijk gehoord mag worden. Die verwondering ligt heel dicht bij dankbaarheid. Bij samenzang, op een avond Zing vanuit je hart of in het koor, voel ik het op een andere manier. Ieder brengt zijn eigen klank mee en samen ontstaat er iets wat niemand alleen had kunnen maken. Daar komt de dankbaarheid vandaan die ik na afloop voel, ook als ik er op dat moment nog geen woorden voor heb.
Misschien vind je vandaag een moment om na te gaan waar je dankbaar voor bent. Dat kan iets moois zijn, of iets heel gewoons waar je aandacht ineens op valt. Wie er een paar ademhalingen bij blijft, merkt hoe het binnenkomt. En als iemand je morgen dan vraagt hoe het gaat, vertel je misschien wel waar je blij mee bent.
Ik doe het hier alvast. Waar ik blij mee ben? Met iedereen die met mij komt zingen. En ik kijk alweer uit naar de volgende keer.
Wil je vaker zo'n verhaal lezen?
Meld je aan voor mijn nieuwsbrief, dan hoor je het als er iets nieuws is.
Denk je dat dit artikel waardevol is voor anderen? Markeer lambertmutsaers.nl als voorkeursbron in Google, zodat je vaker mijn verhalen te zien krijgt.







