Ik kan niet zingen, of toch wel?
Bijna iedereen heeft het ooit gezegd. Soms als grapje, soms als overtuiging die al jaren meegaat. Ik kan niet zingen.
Ik hoor het ook als ik een workshop geef. Nog voor we begonnen zijn, zegt iemand het al. Een soort disclaimer, om zich in te dekken. Voor het geval iemand het niet mooi vindt. Voor het geval ze zichzelf horen.
Maar waar komt die overtuiging eigenlijk vandaan?
Vrijwel altijd is er een moment aan te wijzen. Iemand die iets zei op school. Een opmerking thuis. Een keer dat je je stem liet horen en er werd gelachen, of erger, niets gezegd. Vanaf dat moment besloot iets in je: dit is niet voor mij.
Niet iedereen denkt er zo over
In veel Afrikaanse culturen zingt iedereen. Gewoon op straat, tijdens het werk, bij rouw, bij feest. Niet omdat ze er bijzonder goed in zijn, maar omdat zingen er gewoon bij hoort. Er bestaat geen scheiding tussen mensen die kunnen zingen en mensen die dat niet kunnen.
Hetzelfde geldt voor Georgische volksmuziek, voor Bulgaarse zangtraditie, voor inheemse culturen wereldwijd. Zingen is er geen kunstvorm die je beheerst of niet beheerst. Het is iets wat mensen doen, zoals praten of bewegen.
In de westerse cultuur is dat anders gelopen. Zingen werd een prestatie. En met de opkomst van de muziekindustrie groeide het verschil: thuis luister je naar stemmen van uitzonderlijke kwaliteit, en je eigen stem valt daar automatisch naast in het niet. Waarom zou je zelf zingen?
We hebben geen collectief repertoire
Er is nog iets anders. Zet een groep Ieren bij elkaar en er gebeurt iets. In de pub, na twee minuten, zingt iedereen mee. Niet omdat Ieren beter kunnen zingen, maar omdat ze de liedjes kennen. Er is een gedeeld repertoire, van generatie op generatie doorgegeven.
Zet een willekeurige groep Nederlanders bij elkaar en vraag ze samen een lied te zingen. Het wordt stil. Misschien komt er voorzichtig een “Potje met vet” of een “Naar links, naar rechts” uit, maar een lied dat iedereen kent en met volle stem meezingt? Het is er nauwelijks.
Als je nooit in de situatie komt om mee te zingen, krijgt de overtuiging “ik kan niet zingen” ook nooit de kans om weerlegd te worden.
Wat er gebeurt op school
Toen mijn kinderen op de basisschool zaten, viel me op hoe weinig er met muziek werd gedaan. Niet omdat de leerkrachten het niet wilden, maar omdat het er gewoon niet meer in zat. Ik ben er uiteindelijk zelf maar op afgegaan als “Piano-vader”. Regelmatig op school bij Sinterklaas en de eindmusical. En wat bleek: zodra ik achter de piano zat, kon ik de kinderen zover krijgen om gewoon mee te zingen. Zonder aarzeling, zonder oordeel.
Ik kan niet zingen, totdat je het toch doet
Soms zegt iemand al bij de deur dat hij niet kan zingen. En aan het einde van de avond doet diegene gewoon mee. Mensen doen mee in de bedding die als vanzelf ontstaat in de samenzang met de pianobegeleiding.
Ik geniet er nog steeds van, elke keer weer. En ik ben na al die jaren nog steeds verwonderd over hoe bijzonder het is om samen tot klank te komen. Zonder prestatiedruk, maar vanuit de bereidheid om je te laten horen.
Wil je ervaren hoe dat voelt? Kom naar een avond Zing vanuit je hart of lees meer over Koor Outloud. Voorbereiding is niet nodig, en zangervaring al helemaal niet.
Meer lezen over wat er met je stem kan gebeuren? Bekijk de pagina over stembevrijding.



