Ik maak het iedere keer weer mee bij workshops. We worden afgeleid en geplaagd door ons eigen gedoe. Allerlei vragen rukken op in ons hoofd: ‘kan ik wel zingen, wat een rare oefening’, wat zal iedereen van me denken’, ‘kan ik wel ruimte innemen’, enzovoort. Maar ook fysiek kunnen we weerstand voelen, de neiging om te vluchten, drukkend gevoel, benauwdheid, etc, etc.

Wat mij betreft is de oefening om er volstrekt neutraal naar te kijken, er niets van te vinden. Met dit soort intern gedoe is de uitdaging om je er niet mee te verbinden. Door er niets van te vinden kan het transformeren. In dat kader vind ik het verhaal van Rumi behulpzaam, dat wil ik graag met je delen.

De Herberg

Dit mens-zijn is een soort herberg
Elke ochtend weer nieuw bezoek.

Een vreugde, een depressie, een benauwdheid,
een flits van inzicht komt
als een onverwachte gast.

Verwelkom ze; ontvang ze allemaal gastvrij
zelfs als er een menigte verdriet binnenstormt
die met geweld je hele huisraad kort en klein slaat.

Behandel dan toch elke gast met eerbied.
Misschien komt hij de boel ontruimen
om plaats te maken voor extase…….

De donkere gedachte, schaamte, het venijn,
ontmoet ze bij de voordeur met een brede grijns
en vraag ze om erbij te komen zitten.

Wees blij met iedereen die langskomt
de hemel heeft ze stuk voor stuk gestuurd
om jou als raadgever te dienen.